Naam
Locatie waar je werkzaam bent
Leeftijd *
Geslacht *
Functie/taak







Fulltime/Parttime *
Doelgroep waarmee je werkt *
Aantal jaren ervaring met doelgroep (in deze of andere functie) *

 

Grondhouding & emotie

De volgende vragen gaan over de grondhouding van jou als medewerker en je gevoelens en reacties met betrekking tot agressie.

 

1. Ik ervaar onmacht als een leerling zich agressief gedraagt
2. De oorzaak van agressief gedrag ligt voor het grootste deel in het kind zelf.
3. Ik heb een aandeel in het in standhouden van agressief gedrag van een leerling.
4. Ik ben ervan overtuigd dat agressief gedrag kan worden omgebogen tot gewenst gedrag.
5. Mijn werkplezier, competentiegevoel en/of energieniveau worden negatief beïnvloed door agressie van leerlingen.

 

Richtlijnen & protocollen

De volgende vragen gaan over richtlijnen en protocollen met betrekking tot omgaan met agressie.

 

6. Ik ben bekend met:

a) de wetgeving rondom handelen bij agressie van leerlingen
b) het Aloysius-protocol 'verbale en fysieke agressie'
c) het Aloysius antipest-protocol
d) het Aloysius protocol 'time-out, schorsing en verwijdering'
e) het Aloysius draaiboek 'incidentmanagement'
f) de Aloysius regeling 'ongewenste omgangsvormen'
g) schooleigen protocollen omtrent agressie
h) schooleigen regels
i) richtlijnen/handreikingen opgedaan bij scholing en training
j) anders, namelijk:

 

7. De volgende richtlijnen omtrent het omgaan met agressie van leerlingen zijn helpend:

a) de wetgeving rondom handelen bij agressie van leerlingen
b) het Aloysius-protocol 'verbale en fysieke agressie'
c) het Aloysius antipest-protocol
d) het Aloysius protocol 'Time-out, schorsing en verwijdering'
e) het Aloysius draaiboek 'incidentmanagement'
f) de Aloysius regeling 'ongewenste omgangsvormen'
g) schooleigen protocollen m.b.t. agressie
h) schooleigen regels
i) richtlijnen/handreikingen opgedaan bij scholing en training
j) anders, namelijk:
8a) Ik ben voldoende opgeleid om op een verantwoorde wijze fysiek in te grijpen bij agressie.
8b) Het belangrijkste dat ik hierbij heb geleerd is:

 

Agressie heeft een verbaal en/of een fysiek karakter en doet zich meestal in twee beelden voor: 

 

1. Reactieve of frustratie-agressie is een heftige, emotionele reactie op een vermeende bedreiging die wordt gekenmerkt door een sterke lichamelijke opwinding, frustratie en impulsief handelen. De functie van reactieve agressie is zelfverdediging of het stoppen van oneerlijke situaties.

2. Proactieve of instrumentele agressie is koelbloedig, intimiderend, offensief en berekenend gedrag dat bedoeld is om snel een bepaald doel te bereiken, zoals het verwerven en behouden van een belangrijke positie in de groepshiërarchie of het verkrijgen van materiële goederen. De agressie komt niet voort uit woede, maar vanuit het idee dat agressie een goede manier is om een bepaald doel te bereiken. 

Reactieve en proactieve agressie kunnen zowel verbaal als fysiek geuit worden.

 

Verbale agressie bestaat uit het uiten van dreigementen en beledigingen.

Fysieke agressie omvat alle andere vormen van agressief gedrag. Dit gedrag kan zowel op een persoon als op (zijn/haar) materiële eigendommen gericht zijn. Daarbij moet gedacht worden aan slaan, schoppen, knijpen, duwen, bijten, en vernieling van bijvoorbeeld speelgoed of meubilair.

 

9. Hoe vaak ervaar je moeilijkheden in het omgaan met verschillende vormen van agressie?

a) reactieve agressie
b) proactieve agressie
c) verbale agressie
d) fysieke agressie
e) Waar bestaan die moeilijkheden uit?

 

Aanpak & methodiek

De volgende vragen gaan over de aanpak en methodiek die je gebruikt in het omgaan met agressie van leerlingen.

 

10. Ik weet hoe ik moet handelen bij verbale agressie van leerlingen.
11. Ik weet hoe ik moet handelen bij fysieke agressie van leerlingen.
12. Een goede relatie met de leerling is een vereiste voor het effectief kunnen optreden bij agressie.
13a) Bij verbale agressie handel ik volgens een vaste aanpak.
13b) Deze aanpak ziet er als volgt uit:
13c) Ik houd in deze aanpak rekening met het verschil tussen reactieve en proactieve agressie.
14a) Bij fysieke agressie handel ik volgens een vaste aanpak.
14b) Deze aanpak ziet er als volgt uit:
14c) Ik houd in deze aanpak rekening met het verschil tussen reactieve en proactieve agressie.
15. Op onze locatie wordt gewerkt met een schoolbrede aanpak (een vastgestelde, eventueel trapsgewijze aanpak die voor alle teamleden geldt) voor omgaan met agressie.
16a) Ik vind het wenselijk om met een schoolbrede aanpak voor agressie te werken.
16b) Toelichting:

 

Als er op jouw locatie geen sprake is van een schoolbrede aanpak, kun je verder naar vraag 20.

 

17a) De teamleden zijn betrokken (geweest) bij het opstellen van de schoolbrede aanpak voor agressie.
17b) De ouders zijn op de hoogte van de schoolbrede aanpak.
17c) De leerlingen zijn op de hoogte van de schoolbrede aanpak.
18. De huidige schoolbrede aanpak is gebaseerd op analyses van bijvoorbeeld eerdere situaties met agressie/incidentenregistratie/peilingen.
19. Ik heb scholing gehad om te kunnen werken volgens de huidige schoolbrede aanpak.

20. De volgende elementen hebben een positief effect op het de-escaleren van verbale agressie: 

a) bestraffen
b) negeren
c) time-out in eigen klas
d) time-out in andere klas
e) time-out bij niet lesgevende collega
f) fysiek begrenzen
g) belonen van goed gedrag
h) afleiden
i) nabespreken van de situatie
j) anders, namelijk:

21. Deze elementen hebben een positief effect op het de-escaleren van fysieke agressie:

a) bestraffen
b) negeren
c) time-out in eigen klas
d) time-out in andere klas
e) time-out bij niet lesgevende collega
f) fysiek begrenzen
g) belonen van goed gedrag
h) afleiden
i) nabespreken van de situatie
j) anders, namelijk:

22. De volgende hulpmiddelen en instrumenten helpen bij het omgaan met agressief gedrag:

a) Materialen van een methode voor het trainen van sociale en emotionele vaardigheden
b) Een noodknop voor het inschakelen van collega’s.
c) Een separatie-/afzonderingsruimte
d) Een collega die als onderhandelaar kan worden ingezet.
e) Een specifieke inrichting van het schoolgebouw/schoolplein.
f) Schorsing/verwijdering
g) Anders, namelijk:
23a) In een situatie waarin een leerling zich agressief gedraagt wordt een extra collega betrokken.
23b) Wat is daarvan het (positieve en negatieve) effect?
24. Mijn aanpak bij agressie is gericht op gedragsverandering van de leerling (lange termijn)

 

De volgende vraag gaat over de effectiviteit van je aanpak bij agressie. ‘Effectief’ betekent in dit verband dat de handeling of richtlijn primair bijdraagt aan het (voor alle partijen op een goede manier) de-escaleren van de situatie. En secundair dat het bijdraagt aan een verminderd gevoel van handelingsverlegenheid, een verhoging van het gevoel van veiligheid, het verminderen van ervaren werkdruk en het creëren van ruimte voor het volgen van (externe) deskundigheidsbevordering, doordat men minder energie hoeft te steken in 'brandjes  blussen'.

 

25a) Mijn/onze huidige aanpak bij agressie is effectief.
25b) De reden dat mijn/onze aanpak werkt is:
26a) Ik maak gebruik van een officiële methode die ondersteuning biedt bij preventie van en omgaan met agressief gedrag.
26b) Welke methode is dit?
27a) Ik bied nazorg naar aanleiding van een incident met agressie.
27b) De nazorg die ik bied ziet er als volgt uit:
27c) Het effect van deze nazorg is:
28a) Ik ervaar steun van collega’s en de directie tijdens en na agressie incidenten.
28b) Wat is daarvan het effect?

 

Verbeteren

De laatste vragen gaan over wat er nodig is om het omgaan met agressie van leerlingen te verbeteren. 

 

29. Om effectiever te kunnen handelen bij agressie heb ik het volgende nodig:

a) Meer assistentie van (niet lesgevende) collega’s.
b) Het vergroten van mijn kennis en vaardigheden voor het omgaan met agressie.
c) Het trainen van mijn zelfcontrole (bewust ademhalen, spieren ontspannen en eigen gedachten sturen)
d) Een (andere) schoolbrede en eenduidig aanpak.
e) Inzicht in effectieve voorbeelden van collega’s/collega-scholen.
f) Het vergroten van betrokkenheid van ouders.
g) Het vergroten van (zelf)vertrouwen in mijn eigen kunnen met betrekking tot leerling-agressie.
h) Het aanleren van competenties om negatieve gevoelens naar leerlingen om te buigen in constructieve gevoelens (emotie-regulering).
i) Het verbeteren van mijn manier om positief gedrag te bekrachtigen.
j) Intervisie/reflectie op handelen bij agressie-incidenten met collega’s.
k) Verbeteren van het klassenmanagement.
l) Aanpassing van de inrichting van schoolgebouw of lokaal.
m) Anders, namelijk:
30a) Dit heb ik nodig om de moeilijkheden die ik ervaar bij reactieve (frustratie-) agressie te verminderen:
30b) Dit heb ik nodig om de moeilijkheden die ik ervaar bij proactieve (berekenende) agressie te verminderen:
30c) Dit heb ik nodig om de moeilijkheden die ik ervaar bij verbale agressie te verminderen:
30d) Dit heb ik nodig om de moeilijkheden die ik ervaar bij fysieke agressie te verminderen:
31. Ik heb behoefte aan een aanpak die onderscheid maakt tussen de specifieke soorten agressie (reactief, proactief, verbaal en fysiek).
* verplicht

Aloysius Stichting

Leidsevaart 2 (ingang Rijnsburgerweg 4)

2215 RE  Voorhout

bestuur@aloysiusstichting.nl

0252 43 40 00