
Twee recent verschenen rapporten ondersteunen een overtuiging die ik al lang heb en die alleen maar sterker wordt: welzijn is niet alleen een voorwaarde om tot ontwikkeling te kunnen komen, het is óók een opbrengst van goed onderwijs. Lezen, die rapporten! Mijn korte recensie: de inhoud inspireert om tijd nemen en ruimte maken als pedagogische én urgente keuzes te zien, en niet als ‘luxe’.
Recent publiceerde de Onderwijsraad ‘Verkenning – Welzijn en Onderwijs’. Het nieuwe platform PRAATPOWER – opgezet door MIND Us in opdracht van het ministerie van VWS – maakte het rapport ‘Van praat- naar daadkracht’.
Welzijn van onze jeugd staat onder druk
Beide publicaties hebben een eigen invalshoek, maar trekken eenzelfde conclusie. Het welzijn van onze jeugd staat onder druk en ook het onderwijs speelt hierin een cruciale rol. De belangrijkste bevinding wat mij betreft: we moeten duidelijke pedagogische keuzes maken en professionals tijd en ruimte geven. Dat is geen luxe, maar noodzaak.
Alles moet meetbaar zijn
Beide rapporten maken duidelijk dat het onderwijs in de loop der jaren steeds meer is ingericht op het meten van prestaties. Alles heeft een doel, een norm, een planning gekregen. En ‘leren’ is verengd tot cijfers, schema’s en opbrengsten. En daar voelen jongeren – en ook professionals in scholen – zich niet wel bij.
Goed onderwijs levert ook welzijn op
De Onderwijsraad maakt duidelijk dat welzijn niet alleen voorwaarde is om te kunnen leren, het moet er ook een opbrengst van zijn. Goed onderwijs draagt bij aan veerkracht, zingeving, verbondenheid en vertrouwen. Dat vraagt om een ander perspectief. Minder focus dus op ‘éérst presteren, dan pas welzijn’. En meer aandacht voor wat onderwijs als pedagogische en sociale omgeving kan betekenen.
Luister echt naar jongeren en dóe er iets mee
PRAATPOWER laat in ‘Van praat- naar daadkracht’ zien dat jongeren zelf heel goed weten wat zij nodig hebben. Zij willen serieus genomen worden. Dat betekent dat zij niet alleen bevraagd willen worden, maar écht betrokken willen zijn. Niet alleen ‘horen’, maar ook volgen wat jongeren zeggen, is de oproep. Stoppen dus met praten óver jongeren, maar meer mét. En belangrijker nog: vertaal die gesprekken naar concrete keuzes in (het beleid van) de school.
Het draait (natuurlijk!) om mensen
Het zijn de professionals in de school die het verschil maken als het gaat om welzijn van onze jeugd. De leerkracht die ziet dat een leerling stiller is dan normaal. De mentor die een gesprek kan voeren zonder tijdsdruk of oordeel. De schoolpsycholoog die helpt begrijpen wat een leerling met diens gedrag wil vertellen. Of de vertrouwenspersoon bij wie een leerling veilig kan vertellen wat hij of zij elders niet durft te zeggen. Deze mensen zíjn het onderwijs. In de relatie die zij aangaan met jongeren, kan welzijn groeien.
Moed is nodig
Als wij het welzijn van onze jongeren serieus nemen, dan moeten we tijd en ruimte meer gaan zien als noodzakelijke pedagogische randvoorwaarden.
Niet elke minuut hoeven dichtplannen. Niet elke activiteit koppelen aan een toets. En accepteren dat ontwikkeling een grillig proces kan zijn. Soms moet je vertragen, voor je kunt verdiepen. Dit vraagt om moed. Want zo werken in het onderwijs botst met systemen van verantwoording en controle. Maar wat beide rapporten duidelijk maken: zonder die ruimte blijven we achter de feiten aanlopen.
Terug naar de kern
Welzijn in het onderwijs is geen extra opdracht bovenop alles wat er al is. Het is wat mij betreft terug naar de essentie: jongeren ruimte bieden om zichzelf te leren kennen, te leren samenleven met de ander en het leven te leren. Misschien begint dit wel heel eenvoudig met een simpele vraag: ‘Hoe gaat het écht met je’? En door vervolgens tijd te nemen om ook echt naar het antwoord te luisteren, dat serieus te nemen en de ruimte nemen om ernaar te handelen.
Johan van Triest
voorzitter college van bestuur Aloysius Stichting
